|
|
DOSSIERS
|
|
|
Reguliere berichtgeving of mediahype?
Het ontbreekt aan een heldere theorie en pakkende definitie voor de uitleg van een mediahype. De Dikke van Dale geeft met ‘rage gecreëerd door de media’ in grove lijnen een betekenis aan dit verschijnsel. Hoewel reguliere berichtgeving en mediahypes twee uitersten van elkaar zijn, is een duidelijk onderscheid niet te maken. Overdrijving en overschatting zijn factoren die een rol spelen, maar of de aandacht voor de vuurwerkramp in Enschede of de cafébrand in Volendam overdreven is, valt niet te beoordelen. Juist door ergens de stempel ‘mediahype’ op te plakken, groeit de aandacht voor het probleem vanzelf, en wordt de ernst dikwijls overschat.
Bij een mediahype is er geen sprake van abstracte of fictieve feiten. Het nieuws wordt hoogstwaarschijnlijk gedramatiseerd, maar is nog altijd gebaseerd op concrete feiten. Objectieve maatstaven om de juistheid van de berichtgeving en het relatieve journalistieke belang aan de ‘werkelijke feiten’ te toetsen ontbreken. De feiten die journalisten gebruiken zijn nog altijd uitspraken over de werkelijkheid: constructies op basis van definities en waarnemingen. Bovendien hebben de feiten op zichzelf weinig betekenis, het draait allemaal om de context waarin de feiten aan de lezer of kijker worden gepresenteerd.
Criteria mediahype
Om berichtgeving toch nog enigszins te kunnen kwalificeren als ‘mediahype’ danwel ‘reguliere berichtgeving’ moeten we kijken naar de kenmerkende eigenschappen van een mediahype. Bij de meeste mediahypes lijkt sprake te zijn van:
- Intensieve berichtgeving over een onderwerp, waarover in de periode daarvoor nauwelijks of helemaal niet werd gesproken. Een taboe lijkt doorbroken, een nieuw verschijnsel lijkt net ontdekt.
- Een nogal omslachtige definiëring van het nieuwe verschijnsel. De gedachten over wat er vermoedelijk aan de hand is, zijn nog niet uitgewerkt.
- Het op een bepaalde manier labelen van het gesignaleerde verschijnsel. Dit label wint vervolgens snel aan populariteit in de gehele berichtgeving.
- Elementen van angstgevoelens, paniekstemming of morele verontwaardiging in de berichtgeving.
- Onderwerpen die een gevoelige snaar raken bij het publiek, zoals bedreiging van territorium, gezondheid, seksualiteit, kinderen, enzovoorts.
- Berichtgeving met ‘crisis’- woordgebruik. Typerende hypetaal zijn bijvoorbeeld: ‘crisis in opvangcentra’, ‘dit is het topje van de ijsberg’, ‘geweldsvirus’, enzovoorts.
- Een sterke vergroting van het probleem in de media, waardoor het verschijnsel zelf feitelijk lijkt toe te nemen.
We kunnen dus stellen dat niet zo zeer het verschijnsel zelf, maar juist de nieuwsredacties en de journalistieke concurrentie bepalen of berichtgeving uitgroeit tot een mediahype. Dramatisering en hypetaal zijn instrumenten om lezers te schokken, te intrigeren, te enthousiasmeren of te amuseren. Het gaat vooral om de context waarin de feiten worden gepresenteerd.
Interessante links:
Mediahypes beheersen de wereld
Jaarrede van de voorzitter van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren
|
- Er zijn nog geen reacties op dit artikel gepost.
© Copyright Politiek-actie.net
|
|