|
|
DOSSIERS
|
|
|
Nieuwsmakerij en mediahypes beïnvloeden objectieve nieuwsgaring
De concurrentie in de journalistiek heeft naast kwaliteitsverbetering, ook nadelige neveneffecten. Gebeurtenissen die op het eerste gezicht nauwelijks nieuwswaarde hebben worden vaak dusdanig uitvergroot dat ze vanzelf tot een mediahype uitgroeien. Kranten, persbureaus en actualiteitenprogramma’s willen niet achterblijven en storten zich massaal op het incident. Een vertekend beeld van de oorspronkelijke situatie is dan het resultaat. “Nieuwsmakerij” beïnvloedt hier de objectiviteit in de journalistieke berichtgeving.
Benoemd iemand een dagelijks nieuwsfeit met een term zoals SARS, zinloos geweld of oorlog Irak, dan is er al snel sprake van een mediahype. De media zorgen zelf voor een snelle verspreiding van het nieuws. Krant en televisie maken vaak eenzelfde nieuwsselectie. Als één krant nieuws heeft over een thema, gaat de ander dit ook uitzoeken om niet achter te blijven met dit nieuws.
Journalisten hebben elkaar nodig als het gaat om verspreiding van een hype. In de letterlijke betekenis zijn de journalistieke (pers) media op te vatten als middelen of kanalen die door journalisten worden gebruikt voor de verspreiding van beelden en verhalen. Maar omdat de frequentie van de mediahype de afgelopen jaren erg gestegen is, proberen steeds meer journalisten elkaar de loef af te steken door ieder nieuw ‘incident’ als voorpaginanieuws te publiceren, als het maar past in de geldende publiciteitsgolf.
Mediahypes kunnen feitelijke situatie vertekenen
Op zaterdag 13 september 1997 wordt Meindert Tjoelker bij een vechtpartij in Leeuwarden gedood omdat hij wilde voorkomen dat een stel jongens een fiets in de gracht gooien. Dit is binnen enkele dagen belangrijk nieuws. Herdenkingsbijeenkomsten en stille tochten worden georganiseerd en binnen een paar weken wordt gesproken van een 'toenemende geweldspiraal'. Maar is het geweld de afgelopen tijd wel zo toegenomen als wordt beweerd?
Er gaat geen avond voorbij of journalisten geven hun mening in de bekende babbelprogramma’s op radio en televisie. Het gaat erop lijken dat journalisten meningen belangrijker gaan vinden dan feiten. Welke journalist ziet het nog als zijn taak naar de waarheid te zoeken? Het gevaar dreigt dat interpreterende journalisten worden beïnvloed door de stemming in het land, door de opiniepeilers, en meelopen in het kuddegedrag van de massa.
Kritiek op de media is er altijd al geweest. Ook vroeger stond het beroep van de journalist niet hoog aangeschreven. Kritiek op de media komt vaak voort uit kritiek op wat allemaal via de media tot het publiek komt. Al een tijd bestaat er een vertrouwensbreuk tussen pers en publiek. Mensen vertrouwen berichtgeving over politici niet meer, maar ook instituties worden hier de dupe van. Nog maar 20 procent van de maatschappij gelooft wat de pers schrijft.
Bij de constructie van een zinvolle context laten journalisten zich leiden door zogenaamde nieuwsthema's. Als er eenmaal een nieuw thema bepaalt is, dan laten journalisten zich daardoor sterk sturen bij het zoeken naar nieuws en bij het waarnemen van gebeurtenissen.
Interessante links:
Oncontroleerbare nieuwsgolven
|
- Er zijn nog geen reacties op dit artikel gepost.
© Copyright Politiek-actie.net
|
|