DOSSIERS
Bron: Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren, de code dateert uit november 1995
Auteur: Bestuur Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren
Website: www.villamedia.nl/genootschap

Gedragscode voor Nederlandse journalisten (Genootschapscode)

Deze gedragscode vormt mede een inhoudelijke adstructie en concretisering van het toetsingscriterium van de Raad voor de Journalistiek: of de journalist de grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. De Raad voor de Journalistiek beoordeelt tegen de achtergrond van dit eigen criterium journalistieke gedragingen. Zijn uitspraken beschouwt de journalist als richting- en maatgevend voor de interpretatie en naleving van deze gedragscode.

NB: De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijk instituut en staat derhalve ongebonden tegenover deze gedragscode.

Artikel 1
De journalist beschouwt een deugdelijke publieke nieuwsvoorziening als een algemeen belang van de eerste orde. Ten behoeve daarvan geeft hij via zijn medium informatie door, die bestaat uit feiten, meningen en/of beelden. Daarbij neemt hij de werkelijkheid, zoals hij die aantreft en waarneemt, als uitgangspunt.

Artikel 2
Bij het verzamelen, vormgeven en doorgeven van informatie komt de journalist vrijheid en onafhankelijkheid toe; een onbelemmerde nieuwsgaring is daartoe een primaire maatschappelijke voorwaarde. Op zijn beurt gaat de journalist bij zijn berichtgeving, ook in maat- schappelijk opzicht, zorgvuldig en integer te werk.

Artikel 3
De journalist verwerpt:
  • het aannemen van materiële of immateriële vergoedingen die bedoeld zijn berichtgeving te beïnvloeden, te bevorderen of tegen te gaan;
  • het opzettelijk onjuist, onvolledig of niet weergeven van beschikbare informatie, die voor een goede publieke nieuwsvoorziening relevant is;
  • het bedrijven van informatievervalsing of andere vormen van misleiding;
  • het in berichtgeving uiten van ongegronde beschuldigingen;
  • het misbruik maken van zijn positie als journalist.

Artikel 4
De feiten, meningen en/of beelden die de journalist weergeeft, berusten uitsluitend op eigen waarneming of op bronnen die hem bekend zijn en die hij betrouwbaar acht. De journalist zal overeengekomen vertrouwelijkheid van deze bronnen respecteren en zoveel als in zijn vermogen ligt garanderen. Hij past hoor en wederhoor toe waar dit geboden is voor het verwerven van de feiten. Hij past eveneens hoor en wederhoor toe om niet door het algemeen belang gerechtvaardigde eenzijdigheid in berichtgeving te voorkomen.

Artikel 5
In beginsel maakt de journalist zich bij het verzamelen van informatie als zodanig bekend. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt wanneer informatie die het algemeen belang dient, alleen op een andere manier kan worden verkregen.

Artikel 6
De journalist ontziet de privacy van slachtoffers, nabestaanden, patiënten, verdachten, veroordeelden en eventueel anderen door de algemene herkenbaarheid van betrokkenen in de berichtgeving te vermijden in al die gevallen waarin deze personen onevenredig nadeel van herkenbaarheid zullen ondervinden en voor zover het vermijden van herkenbaarheid niet in strijd is met het belang van een adequate berichtgeving.

De journalist hoeft met betrekking tot de privacy geen of minder terughoudendheid te betrachten
  • indien anders verwarring met anderen kan ontstaan;
  • indien het nieuwsfeit van dien aard is dat de identiteit van een betrokkene als integrerend onderdeel van de berichtgeving moet worden gezien;
  • indien een betrokkene in lokale, regionale, nationale of internationale zin geacht kan worden een publieke of bekende persoonlijkheid te zijn;
  • indien een betrokkene uitdrukkelijk te kennen geeft tegen openbaarmaking van zijn identiteit geen bezwaar te hebben.

Artikel 7
De journalist van wie blijkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onjuiste berichtgeving, zal op de kortst mogelijke termijn tot een passende rechtzetting overgaan c.q. deze bevorderen. Voorts bevordert de journalist dat een betrokkene die zich door zijn berichtgeving in redelijkheid tekort gedaan voelt, de gelegenheid krijgt binnen de daarvoor door het medium gestelde spelregels te reageren.

Bestuur Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren
november 1995


  Reageer op dit artikel naar boven
  Reacties op dit artikel naar boven
  • Er zijn nog geen reacties op dit artikel gepost.
naar boven

© Copyright Politiek-actie.net