|
|
Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR)
|
|
|
5.2 Inspraak & participatie
Wanneer burgers in een vroeg stadium bij het beleid betrokken worden, zal de uitvoering ervan soepeler verlopen. Dat stelde Wilbert Willems, voormalig lid van de Tweede Kamer voor Groenlinks, al in 1993. In een motie verzocht hij de regering te experimenteren met het op diverse wijze voorleggen van maatschappelijke problemen en beleidsvoornemens aan burgers. Willems wilde de kloof tussen burgers en overheid verkleinen door burgers meer te betrekken bij de ontwikkeling van beleid. Zijn motie werd destijds door de Kamer omarmd, maar sindsdien hebben er geen fundamentele hervormingen plaatsgevonden. Ontwikkeling van internetportalen of digitale loketten zou hier verandering in kunnen brengen. Nederland moet daarvoor een inhaalslag maken. Op het gebied van geïntegreerde datatoepassingen voor publieke dienstverlening is Nederland het aanhangwagentje van Europa.
Burgers worden vergeten in beleidsontwikkelingsproces
Experimenten van interactief beleid op lokaal niveau hebben nauwelijks democratische waarde geoogst. De overheid haalt bij interactief beleid vooral de grote belangenbehartigers binnen en is veel minder geïnteresseerd in wat individuele burgers vinden. De burger wordt gemakshalve vergeten in het beleidsontwikkelingsproces.
Belgische overheid gebruikt internet om burgers inspraak te geven
De Belgische premier Guy Verhofstadt pakt het daadkrachtiger aan. Eén van de grote ambities in het regeerakkoord van de paars-groene regering Verhofstadt-I was de burger meer inspraak in de politiek geven. De Belgische regering is van mening dat een democratie haar wijze van besluitvorming en inspraakmogelijkheden die ze biedt permanent moet evalueren en verbeteren. De burger moet daarbij opnieuw centraal worden geplaatst zodat hij weer greep krijgt op het politieke gebeuren. De Belgische regering heeft de daad bij het woord gevoegd en een grote democratische slag gemaakt. Ze heeft haar voornemens geïnstitutionaliseerd. Internet bleek het juiste instrument te zijn om de burger meer inspraak te geven in beleidsprocessen, en misschien nog wel het belangrijkste, de dialoog tussen burger en overheid te herstellen. Via internetportalen kunnen Belgen rechtstreeks contact leggen en zaken doen met lokale en centrale overheden.
Voorlichting referendumonderwerp moet op website van minister
Nederland organiseert in 2005 een referendum over de Europese Grondwet. Burgers kunnen de wettekst goedkeuren, dan wel afkeuren. Hoewel het in Ierland en Denemarken gaat om een beslissend referendum (bij afwijzing is aanpassen tekstvoorstellen verplicht), beperkt Nederland zich tot een raadplegend referendum (Tweede Kamer geeft doorslag). Op de vraag of burgers de kennis hebben om te oordelen over een Europese Grondwet, antwoordde Minister Bot dat de kiezer haarfijn aanvoelt wat goed voor hem is en wat niet. Die aanname bleek na een peiling op www.benbot.nl onjuist. 92 procent zegt niet te kunnen beoordelen of de voorgelegde wettekst goed is of niet. In een vervolgvraag gaf 83 procent van de ondervraagden aan dat ze de Europese Grondwet in begrijpelijke taal uitgelegd willen hebben om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Een website van een minister van Buitenlandse Zaken vinden ze een voor de hand liggende locatie voor die uitleg.
Qua elektronische dienstverlening loopt Nederland achter in Europa
Niet alleen België, maar ook andere Europese lidstaten geven Nederland het nakijken. Van zelfbediening via digitale overheidsportalen is nauwelijks sprake. Wat betreft geïntegreerde datatoepassingen voor publieke dienstverlening blijft Nederland met 50 procent achter bij het Europese gemiddelde van 59 procent.
5. CONCLUSIES
5.1 Draagvlak & vertegenwoordiging
5.3 Media & politiek
5.4 Criteria websites bewindsvoerders
|
|
|
|
© Politiek-actie.net. Overname van teksten is toegestaan, mits een degelijke bronvermelding wordt gehanteerd.
|
|