Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR)
Rapport: 'Van Kloof naar Klik'
De noodzaak tot integratie van het politiek bestel in de moderne informatiesamenleving en de nieuwe sociaal-culturele werkelijkheid
Auteur: Steven de Jong, januari 2005
E-mail:
info@politiek-actie.net
5. CONCLUSIES Klik hier voor inhoudsopgave
5.1 Draagvlak & vertegenwoordiging Bestel of download het rapport

5.1 Draagvlak & vertegenwoordiging

Bewindslieden worden benoemd door coalitiepartijen. Zij vormen tezamen een meerderheid in de Tweede Kamer, ofwel de volksvertegenwoordiging. De coalitiepartijen drukken een sterke stempel op het regeerakkoord, het document dat de grove lijnen uitzet voor de komende kabinetsperiode. Ministers en staatssecretarissen dienen in lijn van de partijprogramma's te regeren, maar mogen daar wel van afwijken. Wanneer bewindslieden dat teveel doen zijn de coalitiepartijen de eerst aangewezenen die moeten ingrijpen, wat ook wel dualisme genoemd wordt. Het draagvlak voor het kabinetsbeleid komt dan namelijk in gevaar en daarmee de essentie van een representatieve democratie. Het is daarom van belang dat bewindsvoerders inzien dat zij het volk dienen te vertegenwoordigen, zodat zij de Kamer minder belasten. Veelal is het niet duidelijk voor burgers, waarom bepaalde maatregelen genomen worden. Ze staan dan wel achter de beleidsvisie, maar steunen de maatregelen die daarbij horen niet. Dat vergt duidelijke communicatie. In de hiernavolgende conclusies zal duidelijk worden hoe het staat met het draagvlak en hoe het kabinet beter kan vertegenwoordigen, teneinde draagvlak te herwinnen.

DRAAGVLAK

Minister Bot van Buitenlandse Zaken heeft gezegd dat er een duurzaam draagvlak bij de burger moet zijn voor datgene wat er over hem wordt beslist. Hij gelooft dat er een kloof dreigt te ontstaan tussen de machtsuitoefening door de regering en het ontvangen van resultaten van die macht bij de burgers. De kloof waar Bot voor vreest is alom aanwezig. Het kabinet heeft onvoldoende draagvlak om continuïteit van haar regeringsbeleid te legitimeren. Toch zal bij een betere uitleg van het beleid, verpakt in een kernachtige en aansprekende visie, draagvlak voor datzelfde beleid kunnen toenemen.

Burgers delen beleidsvisie, maar steunen kabinet niet

De Nederlandse burger voelt zich in grote meerderheid niet vertegenwoordigd door het kabinet. Slechts twintig procent van het electoraat zegt het regeringsbeleid te steunen. Opmerkelijk is dat 58 procent van de burgers de beleidsvisie van de regering deelt, maar dat slechts twintig procent het regeringsbeleid steunt en tot draagvlak gerekend mag worden. 38 procent van de burgers weet niet waar de regering naartoe wil, terwijl zij in essentie hetzelfde voorstaat. Dit zwevende draagvlak keert het kabinet de rug toe. Deze burgers kunnen zich blijkbaar niet vinden in het soort ingrijpende maatregelen, waarmee het kabinet op een welvarende toekomst af wil stevenen.

Ontbreken heldere beleidsuitleg kost tientallen procenten aan draagvlak

Het kabinet weet deze burgers niet uit te leggen, waarom impopulaire maatregelen noodzakelijk zijn. De maatregelen worden als losse pakketjes op het bord van de burger neergelegd, terwijl een aansprekende uitleg van de beleidsvisie ontbreekt. Wanneer bewindslieden hun visie in kernachtige woorden zouden vatten, kunnen zij het potentiële draagvlak, 58 procent van het electoraat, aanboren.

VERTEGENWOORDIGING

Minister Bot is van mening dat burgers bij de beleidsuitvoering betrokken moeten worden. Wanneer er geen draagvlak is, zo stelt hij, kan er ook niet meer goed politiek bedreven worden. Politici hebben volgens hem de plicht om de macht die ze hebben ook voor te leggen aan de burgers. De visie van minister Bot staat haaks op de praktijk in het dagelijkse bestuur. Maatschappelijk verzet en onvrede in de samenleving zijn indicatoren voor de slechte parlementaire vertegenwoordiging op dit moment. Institutionele hervormingen zijn niet het middel om tot een betere vertegenwoordiging te komen, een cultuuromslag wel. Premier Balkenende en minister Bot tekenden op 29 oktober 2004 de Europese Grondwet, waarin staat dat besluitvorming op een zo open mogelijke wijze en zo dicht bij de burgers als mogelijk dient plaats te vinden. Die plicht wordt verzuimd.

Regering trekt zich niets aan van maatschappelijk verzet

De demonstratie van 2 oktober 2004 was de grootste in tien jaar tijd. Maatschappelijk verzet is nog nooit zo groot geweest. De minachting van het kabinet naar deze demonstranten toe, laat zien dat bewindslieden zich nauwelijks iets aantrekken van de bevolking. Driekwart van de bevolking meent dat het kabinet zich niets aantrekt van maatschappelijk verzet.

Investering in dialoog essentieel voor beleidsuitvoering

Onrust en verdeeldheid in de samenleving is mede toe te schrijven aan de regentencultuur op het Binnenhof en de daarmee samenhangende tekortschietende beleidscommunicatie. De regering draait met haar regenteske houding haar beleid voor de lange termijn op korte termijn de nek om. Investeren in dialoog met de burger is van vitaal belang om het tij te keren.

Stelselvernieuwing geen oplossing voor herstel band kiezer en gekozene

Minister De Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties erkent dat de rolverdeling tussen overheid en burger is scheefgetrokken. Met zijn hervorming van het kiesstelsel wordt gevoelsmatig de band tussen kiezer en volksvertegenwoordiger versterkt. Parlementariërs worden de Kamer in geholpen door een lokale achterban, maar in wezen vindt er geen betere vertegenwoordiging plaats.

Zwevend draagvlak bedreigt herverkiezing coalitiepartijen

Van de stelselvernieuwingsplannen van De Graaf, zal het draagvlak voor het kabinet niet zomaar groeien. De Graaf slaat hiermee een brug te ver en gaat voorbij aan de werkelijke oorzaak van de brede en diepe onvrede over het openbaar bestuur. Die oorzaak is zoals gezegd het feit dat de burgers zich niet meer vertegenwoordigd voelen door hun indirect gekozen regering. Het zwevende draagvlak van miljoenen burgers is daarmee een regelrechte bedreiging voor de herverkiezing van coalitiepartijen. Die dreiging is zelfs nog groter dan toen Pim Fortuyn het gemunt had op het paarse kabinet. Als het kabinet er voor de verkiezingen in 2007 niet in slaagt het electorale vacuüm voor zich te winnen en de vertrouwensbreuk met de burger in stand houdt, dan zal er op dat moment geen vakbeweging weglopen met de ontevreden burgers, maar een oppositie of een nieuwe politieke partij. De politieke aardverschuiving zal dan minstens zo overweldigend zijn. Het lange termijn regeringsbeleid zal nooit uitgevoerd kunnen worden.

Lokale bestuurders voelen niets voor betere vertegenwoordiging

Zelfs lokale bestuurders lijken weinig te voelen voor meer vertegenwoordiging. Het verzet van burgemeesters tegen de plannen van minister De Graaf om hen te laten verkiezen, toont aan dat zij de essentie van democratie niet aanvoelen. De burgemeesters hebben weinig vertrouwen in burgers, terwijl dat juist een onmisbaar element is in een gezonde rechtsstaat. Bewindslieden die zich uitspreken tegen een gekozen burgemeester zijn bezig de belangen van bestuurders te behartigen. Ook zij hebben niet het vertrouwen dat een burger een capabele bestuurder kan kiezen. Dat neigt naar een regenteske houding en dient uitgebannen te worden in een parlementaire democratie.

Bewindsvoerders hebben de plicht zich als volksvertegenwoordiger te presenteren

Het is onwaarschijnlijk dat met de stelselhervorming van De Graaf een cultuuromslag komt van regentesk naar meer verantwoording in het dagelijkse bestuur. De democratie is er meer bij gebaat als indirect gekozen bestuurders, nog meer dan hun partijgenoten in de Kamer, hun best doen om de wil van de kiezers te vertolken. Bewindslieden hebben de plicht zich als volksvertegenwoordiger te presenteren.

Nederlandse rechtsstaat is oligarchie van bestuurders die elkaar benoemen

De plannen van De Graaf zijn echter een doekje voor het bloeden van het democratisch deficiënt van de huidige rechtsstaat, waarbij alleen toezichthouders (gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede Kamer) gekozen worden en niet de bestuurders (premier, ministers en staatssecretarissen). Bestuurders worden door elkaar benoemd in de 'ons-kent-ons'-kringetjes. De vermoorde cineast Theo van Gogh typeerde de Nederlandse rechtsstaat niet voor niets als een 'oligarchie van mensen die elkaar de bal toespelen'.

Mate van dualisme tekenend voor regenteske houding bewindslieden

Tijdens de algemene politieke beschouwingen van Prinsjesdag 2004 pronkten fractievoorzitters met het feit dat zij dualisme bedreven, met andere woorden; zij durfden hun eigen minister tegen te spreken. Nooit eerder is er zoveel dualisme getoond in de Tweede Kamer. Enerzijds geeft dit aan dat leden der Staten-Generaal moeite doen om de belangen van hun achterban te behartigen, anderzijds bevestigd dit het vermoeden dat bewindslieden, los van partijstandpunten, hun eigen koers varen. De mate waarin het nodig is om dualisme te bedrijven is daarmee tekenend voor de a-representativiteit van de regering.

Nederlandse regering heeft getekend voor transparante besluitvorming

Op 29 oktober 2004 is het Verdrag dat voorziet in een Europese Grondwet door premier Balkenende en minister Bot van Buitenlandse Zaken ondertekend. Zij tekenden hierbij ook voor Artikel I-45: 'Het beginsel van een representatieve democratie'. Daarin staat dat de besluitvorming op een zo open mogelijke wijze en zo dicht bij de burgers als mogelijk dient plaats te vinden.

Regering komt Europese afspraken niet na voor betere democratie

Het artikel uit de Europese Grondwet vervolgt met de plicht dat politieke partijen bij moeten dragen aan de vorming van politiek bewustzijn en de wil van de burgers tot uiting moeten brengen. De ondertekening van dit verdrag door premier Balkenende en minister Bot van Buitenlandse Zaken staat in schril contrast met de realiteit in de eigen rechtsstaat. Op nationaal niveau trekt de regering zich nauwelijks iets aan van signalen uit de samenleving, in het regeringsbeleid geeft zij onvoldoende uiting aan de wil van haar kiezers en van actieve inzet om burgers politiek bewustzijn bij te brengen is vrijwel geen sprake. Een zo open mogelijke besluitvorming, welke zo dicht bij de burger plaatsvindt als mogelijk, is een hoge ambitie en daarmee een gewaagde tekst voor een wetsartikel. Op nationaal niveau legitimeert het burgers om de overheid telkens weer te wijzen op onvolkomenheden in het politiek bestel. Zeker in een tijd waar middelen vrijkomen voor een betere democratische invulling is het niet meer dan logisch dat de democratie als begrip voortdurend ter discussie staat. Voor democratie bestaat immers geen blauwdruk.

5. CONCLUSIES

5.2 Inspraak & participatie

5.3 Media & politiek

5.4 Criteria websites bewindsvoerders

naar boven

© Politiek-actie.net. Overname van teksten is toegestaan, mits een degelijke bronvermelding wordt gehanteerd.