Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR)
Rapport: 'Van Kloof naar Klik'
De noodzaak tot integratie van het politiek bestel in de moderne informatiesamenleving en de nieuwe sociaal-culturele werkelijkheid
Auteur: Steven de Jong, januari 2005
E-mail:
info@politiek-actie.net
4. BELEIDSCOMMUNICATIE, VERTROUWEN EN DRAAGVLAK Klik hier voor inhoudsopgave
4.6 Spanningsveld tussen politiek en media Bestel of download het rapport

4.6 Spanningsveld tussen politiek en media

Journalisten werpen zich steeds vaker op als aanklagers, commentators en regisseurs van het publieke debat. Maar als controleurs van de macht hoeven zij aan niemand verantwoording af te leggen, luidt de kritiek van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in het rapport Politiek en Media.(44) Ook minister Donner van Justitie haalde eind 2003 flink uit naar de kwaliteit van de Nederlandse pers: "Vrijheid van meningsuiting vergt verantwoordelijkheid, want anders wordt het losbandigheid en eindigt het in verloedering van die vrijheid."(45)

Verwijt minister Donner aan media stuit op contradictie

Hoewel de Raad voor het Openbaar Bestuur en minister Donner in zekere zin de juiste snaar aanslaan, stuitten hun oordelen op een contradictie. Ze sturen aan op een normen- en waardendebat binnen de media en bemoeien zich ondertussen met de invulling ervan. Ze willen hiermee eigenlijk de rollen omdraaien: de overheid moet bepalen hoe journalisten hun beroep uitoefenen.

Opleggen gedragscodes aan media van 'hoger hand' is wanhoopspoging

De geschiedenis leert dat er al verhoede, weinig succesvolle, pogingen zijn ondernomen om journalisten een gedragscode op te leggen. In 1894 begon de discussie over de kwaliteit van de berichtgeving al. In 1931 is er zelfs even een internationaal Tribunaal voor de Journalistiek geweest in Den Haag, maar na de oorlog is het verdwenen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft de International Federation for Journalists de draad opnieuw opgepakt en een beroepscode opgesteld. De grondbeginselen hierin zijn: vrijheid, waarheid, eerlijkheid, vertrouwelijkheid en integriteit. In 1995 kwam de Gedragscode voor Nederlandse Journalisten (ook wel Genootschapscode genaamd), die op verzoek van het bestuur van het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren is ontworpen door de Commissie Juridische Zaken en Ethiek. Bij ongeveer tien dagbladen en het ANP zijn intussen de Genootschapscode of vergelijkbare afspraken 'officieel' in gebruik, de laatste vaak al van vóór de introductie van de Genootschapscode. Het treurige feit is dat vrijwel geen enkele journalist weet heeft van de Genootschapscode, om maar niet te spreken van de 'checklist' die zij 'moeten' hanteren in het uitoefenen van hun ambt.(46) In een tijd waar commerciële criteria bij nieuwsorganisaties de leidraad zijn, 'als het entertainmentgehalte toeneemt, neemt de onderzoeksjournalistiek af', lijkt er weinig draagvlak voor en behoefte aan journalistieke gedragsregels. Althans bij journalisten, veel politici en bekende Nederlanders zien ze, zo blijkt, maar al te graag.(47)

Politieke schandalen beheersen media

Feit blijft dat door factoren als concurrentiedruk en de hoge omloopsnelheid van nieuws journalistieke normen en waarden er steeds vaker bij in schieten. Belangrijke methoden en waarden als hoor en wederhoor, objectieve berichtgeving en onafhankelijke nieuwsgaring staan onder druk. Wanneer media te snel berichten van elkaar overnemen, en niet de tijd nemen om deze waarden in acht te nemen, ontstaan mediahypes met een zeer schadelijke uitwerking.

Dit alles leidt ertoe dat politieke schandalen de klassieke media beheersen. Schandalen die maar al te vaak schade toebrengen aan politici. Soms is dat terecht, soms onterecht. Politiek en burgers leven met de illusie dat de media het publiek een realistisch kijkje achter de schermen geeft.

Behoefte aan rechtstreekse informatie uit primaire bron

Toch is het zo dat behoefte naar aanvullende informatie zonder filter almaar groter wordt. Deze filter, 'de onzichtbare hand van redacteuren en hoofdredacteuren', zorgt ervoor dat media soms langdurig informatie negeren, om er dan opeens met zijn allen achteraan te gaan hollen. Met de komst van internet heeft de burger nu toegang tot rechtstreekse informatie uit primaire bron, zonder bemiddeling van de klassieke media.(48) Bedrijven en instellingen zorgen er dus wel voor dat ze hun Public Relations op websites goed in de hand hebben.

Bewindslieden pakken kans niet om klassieke media af te troeven

Opmerkelijk is dat de politiek deze kans nauwelijks aangrijpt, maar zich richt op trage, welhaast onmogelijk, pogingen om de media bij te sturen. Ze richt zich op regenteske middelen, terwijl ze de burger eenvoudig van rechtstreekse informatie kan voorzien. Dat leden van het kabinet zo weinig aandacht besteden aan hun websites, terwijl er zo veel over hen geschreven wordt, is niet te begrijpen. Bewindslieden kunnen met primaire nieuwsvoorziening via persoonlijke websites het spanningsveld tussen media en politiek enigszins ontladen.

Zwevend draagvlak gevoelig voor 'klare taal'

Een teleurstellende ontwikkeling is dat het de burgers steeds minder lijkt te gaan om beleid an sich en meer en meer om de presentatie ervan. Slechts 16 procent gaf aan dat door het aanpassen van maatregelen in de Miljoenennota de bereidheid tot demonstreren minder is geworden. Hieruit is te concluderen dat het zwevende draagvlak uitermate gevoelig is voor de zogenaamde 'klare taal', die in dit geval de vakbeweging bezigt.

Burgers hebben het gevoel dat er niet naar hen wordt geluisterd

Bekijken we de situatie vanuit een andere perceptie, dan kunnen we constateren dat burgers het belangrijk vinden om serieus genomen te worden, dat er naar hen geluisterd wordt. Kortom, dat hun mening er toe doet. Niet alleen tijdens de verkiezingscampagnes of in het stemhokje, maar ook gedurende de regeerperiode. Slechts 6 procent meent dat het kabinet haar koers niet hoeft te wijzigen, wanneer er uit de samenleving tegengeluiden klinken. Een peiling van Maurice de Hond wijst verder uit dat 76 procent niet hoopvol gestemd is over de uitwerking van vakbondsacties. Zij hebben niet het gevoel dat er naar heb geluisterd wordt.(19)

Investeren in dialoog van levensbelang voor lange termijnvisie kabinet

Op grond van deze analyses moeten we concluderen dat er enerzijds geïnvesteerd moet worden in het overbrengen van de boodschap, de beleidsvisie, en anderzijds dat bewindslieden meer naar de burgers moeten luisteren gedurende hun ambtstermijn. Investeren in heldere beleidscommunicatie, betekent dus investeren in dialoog. Hiermee is het potentiële draagvlak van 58 procent (waarvan 20 procent reeds actueel draagvlak is) aan te boren. Dit gegeven is van levensbelang voor de lange termijnvisie van het regeringsbeleid. Beleid dat geen toekomst heeft als er gedurende deze regeerperiode geen draagvlak voor gecreëerd wordt. De burger moet en wil weten welke offers hij of zij moet brengen voor de toekomst en waarom. Dat er offers nodig zijn onderschrijft dus 58 procent van de bevolking, naar verhouding meer dan het aantal kamerzetels dat de coalitie nu geniet. Vanuit dit, toch uiterst positieve, theoretisch perspectief kan de regering het maatschappelijke verzet terugdringen naar werkbare proporties.

4. BELEIDSCOMMUNICATIE, VERTROUWEN EN DRAAGVLAK

4.1 Zwevend draagvlak

4.2 Investeren in dialoog

4.3 Burgerparticipatie en -consultatie

4.4 Democratische inhaalslag

4.5 Toepassing referenda


(44) Kemenade, van, J.A. (augustus 2003) - 'Politiek en media. Pleidooi voor een LAT-relatie', Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB).
(45) NRC Handelsblad (november 2003) - 'Kabinet is verdeeld over persiflages'.
(46) Jong, de, S. (februari 2004) - 'Professional code for journalists: sense or nonsense?', U.S. Politics Online.
(47) Jong, de, S. (februari 2004) - 'Essay: Gedragscodes doen er niet meer toe bij mediahypes' - Politiek-Actie.net.
(48) Rijkers, H. (november 2001) - 'Internet brengt echte democratie' - Katholiek Nieuwsblad.


naar boven

© Politiek-actie.net. Overname van teksten is toegestaan, mits een degelijke bronvermelding wordt gehanteerd.