|
|
Burgerlijke Raad voor het Regeringsbeleid (BRR)
|
|
|
SAMENVATTING (UITGEBREID)
De voorliggende samenvatting beschrijft de aanleiding van het onderzoek, de doelstellingen en koppelt de belangrijkste conclusies aan de meest noodzakelijk aanbevelingen. Ze besteedt op concrete wijze aandacht aan alle onderzoeksresultaten, welke in de vorenstaande kortere samenvatting slechts globaal benoemd zijn.
Achtergrond
Op 18 juni 2004 ging op het gekaapte internetdomein van minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken een petitie online, getiteld 'Wij burgers gaan kloof dichten met BenBot.nl'. Deze petitie laakte het verzuim van minister Bot, dat hij nog geen website had die plaats biedt aan debat, kritiek, suggesties en beantwoording van vragen. Dat terwijl de minister in het tv-programma Buitenhof het volgende had geuit:
"Ik geloof dat er een kloof dreigt te ontstaan tussen de machtsuitoefening door de regering en het ontvangen van resultaten van die macht bij de burgers. (..) Ik vind dat je de burger bij de beleidsuitvoering moet betrekken, omdat ik van mening ben dat als er geen draagvlak is, je ook niet meer goed politiek kunt bedrijven. (..) Politici hebben de plicht om de macht die ze hebben ook voor te leggen aan de burgers."
De petitie meende dat de minister zijn democratische idealen kan vormgeven met een ministeriële website. Niet naar het voorbeeld van andere bewindslieden, maar naar de behoeften van burgers. Met het tekenen van de petitie, werd de mogelijkheid gegeven om suggesties te doen voor de inrichting van de officiële website van minister Bot.
Aanleiding onderzoek
Los van enkele concrete voorstellen, kwam er vooral een niets ontziende diepe onvrede over het openbaar bestuur aan de oppervlakte. Het ging ondertekenaars dus niet zozeer om de website, maar om de algehele opstelling van regering en parlement. De tekenlijst werd zodoende een soort afspiegeling van wat er in de samenleving aan de hand is. Maatschappelijk verzet dat hoogtij viert, terwijl het draagvlak voor het kabinetsbeleid almaar slinkt.
Het uitbrengen van advies voor de ontwikkeling van een ministeriële website, kreeg hierdoor een bredere dimensie. De vraag deed zich voor wat allerhande democratische elementen op een website voor zin hebben, als de houding van de bewindsvoerders er niet naar is. Uit die gedachte vloeide het initiatief voort om een onderzoek te doen naar de factoren die de kloof tussen burger en overheid in stand houden en te herleiden naar de tekortkomingen in het optreden van politieke ambtsdragers. De uitkomsten daarvan zouden vertaald worden naar criteria voor websites van politici, opdat de suggesties van burgers in een bredere context opgenomen konden worden.
Draagvlak neemt toe door met beleidscommunicatie
Analyse van peilingen van Maurice de Hond heeft uitgewezen dat twintig procent van het electoraat het kabinetsbeleid steunt, terwijl 58 procent de beleidsvisie van de regering deelt. 38 procent van de burgers weet niet waar de regering naartoe wil, terwijl zij in essentie het zelfde voorstaat. Bij een betere uitleg van beleid, verpakt in een kernachtige en aansprekende visie, zal draagvlak voor datzelfde beleid fors kunnen toenemen. Ook impopulaire maatregelen kunnen op fors meer draagvlak rekenen indien ze niet als losse pakketjes op het bord van de burger gelegd worden, maar als onderdeel gezien worden van een bredere beleidsvisie.
EU-Grondwet: besluitvorming op een zo open mogelijk wijze
Premier Balkenende en minister Bot tekenden als voorzitter van de EU op 29 oktober 2004 de Europese Grondwet, waarin staat dat besluitvorming op een zo open mogelijke wijze en zo dicht bij de burgers als mogelijk dient plaats te vinden. Het kabinet is hiermee een verplichting aangegaan, die ze ook dient waar te maken in eigen land.
Vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid
Leden van het kabinet verkrijgen via democratische weg een niet geringe speelruimte. De uitzetting van beleid ligt daarmee voor een groot deel in handen van een klein groepje, zeer machtige, politieke ambtsdragers. Die vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid in de zin van: word ik gesteund door mijn coalitiepartij en vertegenwoordigt die partij nog wel de kiezer?
Ministerspost als vrijbrief om eigen gelijk door te zetten
Bovengenoemde verantwoordelijkheid wordt in onvoldoende mate genomen. Een ministerspost wordt eerder als vrijbrief gezien om het eigen gelijk door te zetten. Enerzijds is het toe te juichen dat er de laatste tijd meer dualisme gepleegd wordt. Minister De Geus (CDA) en Minister Remkes (VVD) werden goed aan de tand gevoeld door hun eigen coalitiepartij. Anderzijds bevestigt dit het vermoeden dat bewindsvoerders, los van partijstandpunten, hun eigen koers varen. De mate waarin het nodig is om dualisme te bedrijven is daarmee tekenend voor de a-representativiteit van de regering. Dualisme moet niet gezien worden als een 'leuk democratisch speeltje', maar als een directe bedreiging voor de positie van een lid van het kabinet. Het is aan te bevelen daar meer consequenties aan te verbinden, in het belang van de representativiteit van een bewindsvoerder én in het belang van de coalitiepartij.
Vermijdt totalitair gedrag in crisissituaties
In pogingen om crisissituatie te beheersen treedt de regering steeds harder, meer controlerend en meer totalitair op. Burgers vragen in tijden van crises immers om een krachtdadig optreden, maar dat betekent niet dat zij daarvoor een duurzaam mandaat willen afgeven. De vrijheid van het individu zal een veel hogere en blijvende intrinsieke waarde hebben.
Dergelijke situaties worden te vaak misbruikt om plannen - waar voorheen geen draagvlak voor bestond - op grond van incidenten door te drukken. Moties om stoffige wetsartikelen te schrappen - zoals Lousewies van der Laan van D66 deed - kunnen beter ingediend worden als de publieke emotie weer plaatsgemaakt heeft voor de rede en het verstand. Juist van politici mag verwacht worden dat zij daar boven staan.
Directe dreigingen, zoals terreuraanslagen, dienen bestreden te worden met incidentele maatregelen. Permanente wijziging van beleid is pas aan de orde als de rust wedergekeerd is. Minister Donner van Justitie en minister Verdonk van Integratie en Vreemdelingenzaken lijken het democratische belang hiervan niet te beseffen. De verkiezingen van 2002, waarbij het publiek - na de moord op Pim Fortuyn - in verlichte ontoerekeningsvatbaarheid verkeerde, had dat allang duidelijk moeten maken. Duurzaam draagvlak dient te allen tijde voorop te staan.
Kamerzetels staan niet garant voor structurele vertegenwoordiging
Het is verontrustend dat bewindsvoerders hun huidige functioneren als legitiem ervaren, alleen vanwege het feit dat zij democratisch aangesteld zijn. Ze gaan voorbij aan de realiteit dat gewonnen Kamerzetels niet meer vier jaar lang een vaste groep kiezers vertegenwoordigen.
Daar komt nog bij dat ze, zoals eerder gezegd, niet in lijn handelen van hun coalitiepartij. Zelfs al deden ze dat, dan doet zich het probleem voor dat de doorspoeling in de achterban van politieke partijen in een stroomversnelling is geraakt. Programma's van partijen zijn geen denkkaders meer voor aanwijsbare groepen. Verkiezingen zijn gedevalueerd tot een momentopname. De waan van de dag werkt direct door in de opiniepeilingen en zijn dagkoersen geworden. Het volk, als traditioneel politiek lichaam, is al sinds de ontzuiling in vergaande staat van ontbinding.
Er is geen politieke opdeling van de maatschappij meer op grond van geloofsovertuiging en maatschappelijke opvattingen. Het volk is pluriform, mobiel en veranderend. Leden van kabinet moeten beseffen dat - gezien de schommelingen in opiniepeilingen en lage opkomstpercentages - Kamerzetels niet garant staat voor absolute en structurele vertegenwoordiging.
Juist daarom is het van belang te regeren op basis van legitimiteit, vertrouwen en draagvlak. Indicatoren voor een slechte vertegenwoordiging - zoals maatschappelijk verzet en onvrede in de samenleving - moeten daarom zeer serieus genomen worden en onmiddellijk leiden tot bijsturing of betere uitleg van beleid.
Spanningsveld tussen media en politiek
Journalisten werpen zich steeds vaker op als aanklagers, commentators en regisseurs van het publieke debat, maar als controleurs van de macht hoeven zij aan niemand verantwoording af te leggen. Politieke schandalen beheersen de klassieke media. Schandalen die maar al te vaak schade toebrengen aan politici.
Door nieuwsfilters blijven politieke successen veelal onderbelicht en worden politieke missers uitvergroot tot ware crises. Opmerkelijk is dat minister Donner van Justitie en premier Balkenende zich richten op trage, welhaast onmogelijke, pogingen om de media bij te sturen.
Willen zij meer grip krijgen op de informatie die burgers onder ogen krijgen, dan zullen zij zich onafhankelijker van de media moeten opstellen. Dat kan door actiever gebruik te maken van primaire nieuwsvoorziening via internet en het bijhouden van weblogs.
Zaken waarvan vermoedt wordt dat ze door journalisten uitgelicht gaan worden, dienen op voorhand of direct erna door politici op websites toegelicht te worden. Losse 'quotes' of 'opgelaten ballonnetjes' worden zo minder gevoelig voor hypes, wanneer deze op een website uitgebreid van context voorzien worden. Zo kan het spanningsveld tussen media en politiek enigszins worden ontladen.
Experimenten interactief beleid hebben nauwelijks democratische waarde geoogst
Opmerkelijk is dat de visie op staat, overheid en democratie, ondanks eerder genoemde sociaal-culturele veranderingen, nauwelijks is herzien. Hoewel er al in 1993 een motie werd omarmd, waarin Groenlinks de regering verzocht te experimenteren met het op diverse wijze voorleggen van maatschappelijke problemen aan burgers, hebben er geen fundamentele hervormingen plaatsgevonden. Experimenten van interactief beleid hebben nauwelijks democratische waarde geoogst.
Burger wordt vergeten in beleidsontwikkelingsproces
De overheid haalt bij interactief beleid vooral de grote belangenbehartigers binnen en is veel minder geïnteresseerd in wat individuele burgers vinden. De burger wordt gemakshalve vergeten in het beleidsontwikkelingsproces. Minister De Graaf erkent dat de rolverdeling tussen overheid en burgers is scheefgetrokken, maar zijn hervorming van het kiesstelsel en het invoeren van de gekozen burgemeester, zal de introverte Haagse cultuur op het Binnenhof niet het hoofd kunnen bieden.
België heeft inspraakmogelijkheden geïnstitutionaliseerd via internetportalen
In België, waar geen portefeuille voor Bestuurlijke Vernieuwing bestaat, speelt de regering wel in op de sociaal-culturele veranderingen. Eén van de grote ambities in het regeerakkoord van de paars-groene regering Verhofstadt-I was de burger meer inspraak in de politiek geven. De Belgische regering is van mening dat een democratie haar wijze van besluitvorming en inspraakmogelijkheden die ze biedt permanent moet evalueren en verbeteren. Het plan was de burgers centraal te stellen in de discussie over de toekomst van hun leefomgeving, zodat ze greep zouden krijgen op het politieke gebeuren. Dat plan heeft de Belgische regering geïnstitutionaliseerd. Via internetportalen kunnen Belgen rechtstreeks contact leggen en zaken doen met lokale en centrale overheden.
Nederland loopt achter in digitale publieke dienstverlening
Niet alleen België, maar ook andere Europese lidstaten geven Nederland nu het nakijken. Van zelfbediening via digitale overheidsportalen is nauwelijks sprake. Wat betreft geïntegreerde datatoepassingen voor publieke dienstverlening blijft Nederland met 50 procent achter bij het Europese gemiddelde van 59 procent. De Nederlandse regering heeft zich voor 2007 ten doel gesteld 65 procent van de publieke dienstverlening via internet te laten verlopen, maar zal dat in werkelijkheid nooit halen. De plannen zijn er, maar er wordt gewoonweg geen prioriteit aangegeven.
Vertrouwen in digitale overheid komt met veiligheid
Wil de Nederlandse overheid zich in de toekomst beter gaan profileren op internet - met politieke websites en geïntegreerde publieke dienstverlening - dan zal zij moeten investeren in digitale veiligheid. Burgers kunnen niet zonder meer afhankelijk worden gemaakt van publieke dienstverlening via internet, als zij geen vertrouwen hebben in het functioneren ervan.
Een beschamend en illustratief voorbeeld hiervan is de reactie op de computeraanval van begin oktober 2004. De websites www.overheid.nl en www.regering.nl werden door een stel tieners platgelegd. Burgers konden geen gebruik meer maken van de database met Nederlandse en Europese wetten, informatie over vergunningen, educatief materiaal, en zo meer. Duizenden burgers zijn de dupe geworden van deze zogenaamde 'ddos-attack', waarbij geïnfecteerde computers valse informatieverzoeken zonden aan de overheidssites. Overheid.nl is de portal van de Nederlandse overheid: hier begint voor velen de zoektocht naar belangrijke of zelfs noodzakelijke informatie. De sabotage kon vijf dagen lang ongestoord voortduren, terwijl de daders in de media met naam en verblijfplaats werden genoemd.
Een overheid die zo laks op een computeraanval reageert, is niet geloofwaardig. Ze neemt haar eigen digitale informatie- en communicatievoorziening onvoldoende serieus. De burger raakt zo het vertrouwen kwijt in een overheid die van plan is steeds meer zaken via internet af te handelen en zelfs al waterschapsverkiezingen via dit medium heeft georganiseerd.
Fysieke beveiliging (betere randapparatuur en software) en juridische bescherming tegen computercriminaliteit - die gericht is tegen de staat - moeten daarom hoge prioriteit krijgen. Vervolging op basis van artikel 161 van het Wetboek van Strafrecht (vernielen van een geautomatiseerd werk) geeft onvoldoende uiting aan de ernst van dergelijke misdrijven. Computermisdrijven tegen de staat dienen aangemerkt te worden als aantasting van publieke infrastructurele werken en de democratische rechtsstaat.
Nederlandse overheid verzaakt domeinkapers aan te pakken
Bij.het aantreden van het eerste kabinet Balkenende waren de domeinnamen van de helft van de nieuwe ministersploeg, bestaande uit veertien mensen, nog niet geregistreerd. Namen van staatssecretarissen waren zelfs bij minder dan de helft vastgelegd. De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) verzaakte de namen van leden van het Koninklijk Huis vast te leggen.
Gevolg van deze grove nalatigheid was een reeks van domeinkapingen: Enkele domeinnamen werden overgedragen na goed overleg, maar in de overige gevallen moesten er juridische geschillen, tijd- en geldverslindende onderhandelingen of op chantage berustte financiële transacties aan vooraf gaan. Een aantal van genoemde domeinnamen zijn nog steeds in handen van particulieren.
Het is onverteerbaar dat de Nederlandse staat haar volksvertegenwoordigers, bewindsvoerders en leden van het Koninklijk Huis niet beschermt tegen malafide individuen die met oneigenlijke middelen druk proberen uit te oefenen op de politieke besluitvorming. Ze grijpt doorgaans pas achteraf in, wanneer de belangen van personen binnen het staatsdomein reeds geschaad zijn.
Het is aan te bevelen domeinkapers op rechterlijke gronden als smaad en inbreuk op de persoonlijke levenssfeer te vervolgen, of nieuwe wetgeving in het leven te roepen. Politici worden immers instrumenten ontnomen om in contact te treden met de burger. Eveneens is het aan te bevelen om hostingbedrijven en de Stichting Internet Domeinregistratie (SIDN) te verbieden nog langer domeinnamen van personen binnen het staatsdomein voor particulieren vast te leggen.
Democratische inrichting websites
Transparantie, begrijpelijkheid, toegankelijkheid en interactiviteit zijn de sleutelwoorden voor een ministeriële website die voldoet aan de behoeften van burgers, zo bleek uit de analyse van commentaren en diverse peilingen op www.benbot.nl.
Concreter wordt onderschreven dat digitalisering van beleidsplannen een absolute voorwaarde is voor het behouden van overzicht en controle. Het ontsluiten van actuele dossiers, archieven van publieke optredens en bijhouden van weblogs voor directere communicatie zijn suggesties die respondenten hebben geopperd. 'Klare taal', 'geen campagnetaal' en 'begrijpelijke taal' zijn veelgehoorde oproepen. Burgers willen - als zij naar een website van een bewindsvoerder surfen - vooral uitleg van beleid.
Opmerkelijk is dat de Nederlandse overheid ernstig achterloopt op het gebied van digitale toegankelijkheid. De regering zou er verstandig aan doen andere landen te volgen, die richtlijnen voor toegankelijkheid van overheidssites opgenomen hebben in wetgeving.
De burgers die betrokken willen worden in het proces van meedenken willen dat de resultaten van online peilingen en discussieforums doorgespeeld worden naar politici. De respondenten geven aan dat zij meer vertrouwen krijgen in de politiek, als zij het gevoel hebben dat er naar hen geluisterd wordt. 84 procent gaf aan dat minister Bot zich moet presenteren op een website.
'Maatschappelijk Contract Domeinoverdracht'
Het maatschappelijk contract als beleidsinstrument is een idee van minister Thom de Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing. Zijn pleidooi voor het maatschappelijk contract luidde alsvolgt: "De overheid neemt de volle verantwoording voor een maatschappelijk probleem op zich. We staan voor een nieuwe fase waarbij een maatschappelijk contract burgers, bedrijven en overheid samen verantwoordelijk maakt voor beleid."
Het plan van minister De Graaf sluit aan op de conclusies van dit rapport. Gekozen is om het domein www.benbot.nl in de geest van de minister van Bestuurlijke Vernieuwing over te dragen aan minister Bot van Buitenlandse Zaken. Daartoe is het 'Maatschappelijk Contract Domeinoverdracht' opgesteld.
Met het ondertekenen van het 'Maatschappelijk Contract Domeinoverdracht' verkrijgt minister Bot het alleenrecht om onder 'eigennaam', te weten Ben Bot, een ministeriële website te exploiteren of via dat domein daar naar door te linken. Tevens wordt daarmee een innovatieve slag gemaakt voor een meer rechtvaardige, meer vitale en meer representatieve vormgeving van de democratische rechtsstaat in een digitale omgeving.
De minister verplicht zich met het tekenen van het contract tot het laten ontwikkelingen en inrichten van een website die aansluit op de behoeften van burgers. Behoeften, zoals die in het rapport uiteengezet zijn. De domeinkaper van www.benbot.nl gaat met het contract de verplichting aan het internetadres - na wederzijdse ondertekening - per ommegaande over te dragen. Bij het niet nakomen van die verplichting, is daar de volgende consequentie aan verbonden: op straffe van een dwangsom van één burgerrecht per dag, zal de domeinkaper zijn burgerlijke vrijheden - met de hand op de Grondwet - afstaan aan de Staat der Nederlanden.
SAMENVATTING (KORT)
5. CONCLUSIES
6. AANBEVELINGEN
|
|
|
|
© Politiek-actie.net. Overname van teksten is toegestaan, mits een degelijke bronvermelding wordt gehanteerd.
|
|